Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.1. Procesverloop
2.2. Beoordeling
3.Beslissing
mr. R.R. van der Heide.
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak dienden verzoekers een wrakingsverzoek in tegen mr. R.R. van der Heide, rechter in lopende bestuursrechtelijke procedures. Verzoekers stelden dat de rechter vooringenomen zou zijn, maar gaven geen verdere toelichting of onderbouwing van hun standpunt.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek op grond van artikel 8:15 Awb Pro een gemotiveerde toelichting vereist waarin feiten en omstandigheden worden aangedragen die de onpartijdigheid van de rechter in twijfel trekken. Omdat verzoekers enkel een algemene beschuldiging van vooringenomenheid indienden zonder enige feitelijke onderbouwing, werd het verzoek als niet-gemotiveerd beoordeeld.
Verder werd het verzoek om het proces-verbaal van de zitting van 27 september 2022 te verkrijgen voor nadere toelichting afgewezen, omdat alle relevante feiten en omstandigheden gelijktijdig bij het wrakingsverzoek moeten worden ingediend. De wrakingskamer achtte het niet aannemelijk dat verzoekers op het moment van indiening niet over de benodigde feiten konden beschikken, temeer daar zij bij de zitting aanwezig waren.
Gezien het ontbreken van een gemotiveerd wrakingsverzoek werd verzoekers niet-ontvankelijk verklaard en werd het wrakingsverzoek inhoudelijk niet behandeld. De lopende procedures werden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun wrakingsverzoek wegens gebrek aan motivering.