Op 29 september 2022 wees de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland een vonnis in een strafzaak. Na de uitspraak werden kennelijke fouten in het dictum geconstateerd die eenvoudig hersteld konden worden. Deze betroffen het ontbreken van de beslissing over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het dictum, een ontbrekende schadevergoedingsmaatregel voor een benadeelde partij, en een foutief aantal dagen gijzeling voor een andere benadeelde partij.
De rechtbank besloot het dictum te verbeteren door de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie expliciet toe te voegen, de schadevergoedingsmaatregel voor de tweede benadeelde partij te regelen met een gijzelingstermijn van 135 dagen, en de gijzelingstermijn voor de eerste benadeelde partij te corrigeren van 365 naar 97 dagen. De toepassing van gijzeling laat de betalingsverplichting onveranderd.
Dit herstelvonnis is op 7 oktober 2022 gewezen door de voorzitter en twee rechters van de meervoudige kamer, en wordt aan het originele vonnis gehecht en aan de procespartijen ter kennis gebracht. Een rechter kon het vonnis niet medeondertekenen wegens afwezigheid.