Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Groningen
Rechtbank Noord-Nederland
Op 20 december 2019 werd verdachte verdacht van diefstal met geweld en medeplichtigheid aan diefstal met geweld te Groningen. Het Openbaar Ministerie vorderde een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte zou samen met een medeverdachte een telefoon en/of rugzak van het slachtoffer hebben weggenomen, waarbij geweld werd gebruikt.
Tijdens de terechtzitting op 3 februari 2022 voerde de verdediging aan dat verdachte niet had deelgenomen aan de diefstal, geen geweld had gebruikt en slechts had ingegrepen toen het escaleerde. De verdediging ontkende medeplegen en medeplichtigheid.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om medeplegen of medeplichtigheid aan diefstal met geweld vast te stellen. Er was geen bewijs dat verdachte geweld gebruikte, een plan had of uitkijk hield. Het enkel niet ingrijpen was onvoldoende. Ook het meer subsidiaire feit van het voorhanden hebben van het gestolen goed kon niet bewezen worden.
Daarom verklaarde de rechtbank niet bewezen hetgeen verdachte ten laste was gelegd en sprak hem vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor diefstal met geweld en medeplichtigheid.