Uitspraak
Uitspraak
een gedeelte, groot 341 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
1.Meldplicht bij jeugdreclassering
2.Opname in een zorginstelling
3.Drugs en alcoholverbod
4.Locatiegebod en elektronische monitoring
5.Dagbesteding
- ten behoeve van het vaststellen van zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meervingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot enmet het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
[slachtoffer]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 1.119,00(zegge: duizend honderdnegentien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2022.
€ 1.119,00(zegge: duizend honderdnegentien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2022. Dit bedrag bestaat uit € 220,00 aan materiële schade en € 900,00 aan immateriële schade.