Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Vaststaande feiten
3.Verzoek
4.Beoordeling
5.Beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De vrouw verzocht de rechtbank om het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kind te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan haar toe te kennen. De vader erkende het kind, maar sinds 2014 heeft hij geen omgang meer gehad en nauwelijks invulling gegeven aan zijn gezagsrechten en -plichten. De vrouw voert aan dat er al jaren geen communicatie is en dat het kind hierdoor klem en verloren dreigt te raken.
De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) gaf aan dat het kind geen onaanvaardbaar risico loopt om klem te raken tussen de ouders, maar dat het gezamenlijk gezag feitelijk niet wordt uitgevoerd door de vader. Het kind voelt zijn stiefvader als vaderfiguur en heeft geen behoefte aan contact met zijn biologische vader. De juridische situatie dient daarom te worden aangepast aan de feitelijke situatie.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden en dat het belang van het kind vereist dat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag krijgt. De vader heeft geen verweer gevoerd en stemt in met het verzoek. De beschikking wordt dan ook toegewezen en het gezamenlijk gezag beëindigd.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de moeder krijgt het eenhoofdig gezag over het kind.