ECLI:NL:RBNNE:2022:4184

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 november 2022
Publicatiedatum
15 november 2022
Zaaknummer
18/190799-22, 18/190803-22, 18/190806-22 en 18/190809-22
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 218 SvArt. 552a SvArt. 126nf SvArt. 96a SvArt. 98 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beklag over vordering medische gegevens ambulancezorg wegens verschoningsrecht afgewezen

In een strafrechtelijk onderzoek tegen meerdere verdachten is door de officier van justitie een vordering gedaan tot het verstrekken van medische gegevens van de ambulancedienst, specifiek het overzicht met waardes behorend bij het ritformulier van 10 juli 2022. De klager, Stichting regionale ambulancevoorziening UMCG B.V., beriep zich op het afgeleid medisch beroepsgeheim en het verschoningsrecht van artikel 218 Sv Pro.

De officier van justitie stelde dat zeer uitzonderlijke omstandigheden zich voordeden, waaronder de ernst van het feit, de dood van het slachtoffer en het belang van waarheidsvinding, waardoor het verschoningsrecht doorbroken moest worden. De rechtbank oordeelde dat hoewel het strafbare feit ernstig is, onvoldoende is komen vast te staan dat de gevorderde gegevens cruciale informatie bevatten die niet op andere wijze verkregen kan worden.

De rechtbank benadrukte dat het verschoningsrecht niet absoluut is, maar dat doorbreking alleen bij zeer uitzonderlijke omstandigheden mogelijk is. In dit geval was het belang van waarheidsvinding niet zwaarder dan het belang van het verschoningsrecht. Daarom werd het beklag gegrond verklaard en werd gelast tot teruggave van de gegevens aan klager.

Uitkomst: Het beklag wordt gegrond verklaard en de vordering tot verstrekking van medische gegevens wordt afgewezen.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht Locatie
Groningen
raadkamernummer : 22-018599 parketnummers : 18/190799-22, 18/190803-22, 18/190806-22 en 18/190809-22 datum : 15 november 2022
beschikking van 15 november 2022 van de meervoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
Stichting regionale ambulancevoorziening UMCG B.V.,hierna te noemen: de klager.

Procedure

Op 19 augustus 2022 is op grond van artikel 552a, in samenhang met de artikelen 126nf, 96a en 98 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) een klaagschrift ingediend.
Het klaagschrift is op 1 november 2022 door de raadkamer in het openbaar behandeld, waarbij zijn gehoord de officier van justitie mr. drs. R. Janssens en namens klager, raadsvrouw mr. M. van Mourik, jurist mr. [naam 1] en medisch manager ambulancezorg drs. [naam 2], allen gemachtigd door klager om voor haar in rechte op te treden.

Feiten

Bij beslissing van 29 juli 2022 heeft de rechter-commissaris in het strafrechtelijk onderzoek tegen [naam 3], [naam 4], [naam 5] en [naam 6], met bovengenoemde parketnummers, aan de officier van justitie, op diens vordering, een machtiging verleend voor een vordering tot het verstrekken van gevoelige gegevens op grond van artikel 126nf Sv gericht aan klager.
De vordering ziet op de volgende gegevens:
Het ritformulier UMCG Ambulancezorg van zondag 10 juli 2022. Betreft het inzetadres: [straatnaam] te Emmen. Op dit adres is gevestigd [bedrijf]".
De officier van justitie heeft de vordering van 29 juli 2022 bij brief van 15 augustus 2022 gepreciseerd tot "Het overzicht met de waardes" behorend bij voornoemd ritformulier.

Standpunt klager

Namens klager is bepleit om het klaagschrift gegrond te verklaren. Daartoe is het volgende aangevoerd. De gevorderde gegevens, te weten het overzicht met de waardes, behorend bij het ritformulier UMCG Ambulancezorg van 10 juli 2022, vallen onder het afgeleid medisch beroepsgeheim van de medewerkers van de ambulancedienst en daarom wordt een beroep gedaan op hun verschoningsrecht. Voorts is er geen sprake van een grond die tot gevolg heeft dat het medisch beroepsgeheim doorbroken moet worden. Klager is daarom niet verplicht om deze gegevens te verstrekken.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het klaagschrift. Volgens de officier van justitie doen er zich in dit geval zeer uitzonderlijke omstandigheden voor die tot gevolg hebben dat het belang van waarheidsvinding moet prevaleren boven het belang van het uitoefenen van het verschoningsrecht. De officier van justitie heeft ten aanzien van die zeer uitzonderlijke omstandigheden gewezen op de ernst van het feit, de dood van het slachtoffer en het belang dat het onderzoek zo volledig mogelijk uitgevoerd wordt. Voorts bevatten de medische gegevens (wellicht cruciale) informatie over de situatie direct na de verweten gedragingen, die niet op een andere manier verkregen kan worden. Tot slot is er de omstandigheid dat de inbreuk op het medisch beroepsgeheim minimaal is en dat door de nabestaande van het slachtoffer uitdrukkelijk toestemming is gegeven voor de verstrekking van de medische informatie. De gevorderde gegevens zijn volgens de officier van justitie noodzakelijk voor de beoordeling van de verwijtbaarheid van het handelen van de verdachten.

Beoordeling

Klager heeft een beroep gedaan op het verschoningsrecht dat de medewerkers van de ambulancedienst toekomt op grond van artikel 218 Sv Pro. De rechtbank stelt vast dat het overzicht met de waardes, behorend bij het ritformulier UMCG Ambulancezorg van 10 juli 2022, onder het verschoningsrecht van de medewerkers valt.
Vooropgesteld moet worden dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak te treden.
Aan het verschoningsrecht ligt ten grondslag dat het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het toevertrouwde om bijstand en advies tot de verschoningsgerechtigde moet kunnen wenden. Het verschoningsrecht van onder meer een arts is echter in zoverre niet absoluut, dat zich zeer uitzonderlijke omstandigheden kunnen voordoen waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt - ook ten aanzien van datgene waarvan de wetenschap hem als zodanig is toevertrouwd - moet prevaleren boven het verschoningsrecht (vgl. HR 30 november 1999, NJ 2002, 438).
Bij de beantwoording van de vraag of het verschoningsrecht doorbroken dient te worden, zal per geval moeten worden gelet op de aard en de ernst van het strafbare feit, de aard en inhoud van het materiaal waarover zich het verschoningsrecht uitstrekt in verband met het belang dat door het verschoningsrecht wordt gediend en de mate waarin de betrokken belangen van de patiënt worden geschaad indien het verschoningrecht wordt doorbroken. Voorts geldt dat indien moet worden geoordeeld dat het belang van de waarheidsvinding dient te prevaleren, die inbreuk op het verschoningsrecht niet verder mag gaan dan strikt noodzakelijk is voor het aan het licht brengen van de waarheid van het desbetreffende feit.
Klager en de officier van justitie verschillen van mening over de vraag of er in dit geval sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden. Bij de beantwoording van die vraag heeft de rechtbank de volgende omstandigheden afgewogen.
Vast staat dat verdachten worden verdacht van een ernstig misdrijf, namelijk medeplegen van mishandeling de dood ten gevolge hebbend. Het gaat om een geweldsincident in [bedrijf]" te Emmen op 10 juli 2022, waarbij de heer [slachtoffer] het slachtoffer was. Hij is op 11 juli 2022 overleden in het UMCG. Door de patholoog van het NFI is in het voorlopige verslag van 15 juli 2022 geconstateerd dat het geweld niet de directe doodsoorzaak was, maar wel een indirecte rol kan hebben gespeeld. Er zijn door de officier van justitie nadere vragen gesteld aan de patholoog rondom de doodsoorzaak, waarbij het openbaar ministerie het overzicht met de waardes uit het ritformulier wil verkrijgen, zodat het verloop van de omstandigheden die uiteindelijk tot het overlijden van de heer [slachtoffer] hebben geleid zo volledig mogelijk in kaart gebracht kan worden. De rechtbank is van oordeel dat de verdenking van dit ernstige misdrijf op zichzelf nog niet met zich meebrengt dat het verschoningsrecht doorbroken dient te worden.
Naar het oordeel van de rechtbank staat het, op basis van het dossier en hetgeen ter terechtzitting is behandeld, onvoldoende vast dat is gebleken dat het overzicht met de waardes, behorend bij het ritformulier UMCG Ambulancezorg van 10 juli 2022, cruciale informatie bevat over het moment direct na de verdachten verweten gedragingen. Uit het dossier blijkt immers dat na beëindiging van de aan verdachten verweten gedragingen ook door de ter plaatse gearriveerde verbalisanten handelingen zijn verricht. Bovendien is niet gebleken dat de gevorderde informatie strikt noodzakelijk is voor de juridische beoordeling van de gevolgen van het handelen van verdachten jegens de heer [slachtoffer], nu de patholoog heeft aangegeven dat de waardes genoemd in het ritformulier “mogelijk” van belang kunnen zijn. In dat licht is van belang op te merken dat de schouwarts de gevraagde waardes waarover zij destijds beschikte - kennelijk van onvoldoende belang vond (om te benoemen in het verslag van 12 juli 2022) bij de vaststelling van de doodsoorzaak.
In de afweging heeft de rechtbank tot slot meegewogen dat er reeds stukken in het dossier zitten die zien op het handelen van de verdachten voorafgaand aan de dood van [slachtoffer] (waaronder camerabeelden van het geweldsincident en getuigenverklaringen) en dat een groot deel van de informatie uit het ritformulier reeds is verwerkt in het schouwverslag.
Het voorgaande in aanmerking nemend, is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval geen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die meebrengen dat het belang van waarheidsvinding moet prevaleren boven het verschoningsrecht van de medewerkers van de ambulancedienst.
De rechtbank zal het klaagschrift daarom gegrond verklaren.

Beslissing

De rechtbank verklaart
  • het beklag gegrond;
  • gelast de teruggave van de gesloten envelop met de gevorderde gegevens aan klager.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.L.J.M.A. Janssens, voorzitter, mr. S. Zwarts en mr. A.G.D.
Overmars, rechters, bijgestaan door mr. S. Fokkert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 15 november 2022.
Mr. A.G.D. Overmars is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.