ECLI:NL:RBNNE:2022:4301
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens schending vertrouwensbeginsel na sepotbeslissing
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 15 november 2022 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van een benadeelde en haar gezin, waaronder bedreiging, vernieling en belediging.
Verdachte ontving op 17 december 2020 een schriftelijke sepotbeslissing van het Openbaar Ministerie waarin werd aangegeven dat onvoldoende bewijs bestond om tot vervolging over te gaan. Later, in juni 2021, werd verdachte alsnog gedagvaard, zonder dat er nieuwe feiten of bewijs waren toegevoegd.
De verdediging stelde dat het intrekken van het sepot in strijd was met het vertrouwensbeginsel, omdat verdachte gerechtvaardigd mocht vertrouwen op het niet vervolgd worden. De officier van justitie voerde aan dat een novum was ontdekt, maar kon dit niet onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat het vertrouwen van verdachte gerechtvaardigd was en dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het ontbreken van nieuwe bezwaren die het intrekken van het sepot rechtvaardigen.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het ontbreken van nieuwe bezwaren na sepotbeslissing.