ECLI:NL:RBNNE:2022:431
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek afkondiging afkoelingsperiode in besloten akkoordprocedure WHOA
Verzoeksters, twee besloten vennootschappen met een holdingstructuur, hebben een verzoek ingediend tot afkondiging van een afkoelingsperiode in het kader van een besloten akkoordprocedure ex artikel 376 Faillissementswet Pro (Fw). Dit verzoek werd gedaan om de continuïteit van hun onderneming te waarborgen tijdens onderhandelingen met schuldeisers over een herstelplan.
De rechtbank stelde vast dat verzoeksters een herstelplan hadden opgesteld met ondersteuning van het Instituut Midden-en Kleinbedrijf (IMK) en dat zij reeds instemming hadden verkregen van alle schuldeisers behalve één. Ook was de opeistermijn van een belangrijk krediet verlengd met twee maanden, en was er een gezonde operationele kasstroom gerealiseerd.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat onvoldoende was aangetoond dat de afkoelingsperiode noodzakelijk was om de onderneming voort te zetten tijdens de akkoordonderhandelingen. De risico’s die verzoeksters aanvoerden, zoals mogelijke executiemaatregelen van schuldeisers en het staken van leveranties, waren onvoldoende concreet onderbouwd.
De rechtbank wees het verzoek af, met de mogelijkheid voor verzoeksters om bij een gewijzigde situatie opnieuw een verzoek in te dienen. De beslissing werd genomen door de voorzitter en twee rechters en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de noodzaak.