Uitspraak
hierna te noemen
[minderjarige].
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek en de standpunten van de belanghebbenden
4.De beoordeling
5.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader over een minderjarige die sinds 2019 in een gezinshuis verblijft. De minderjarige zal vanaf de kerstvakantie van 2022 weer bij de moeder gaan wonen, wat een ingrijpende wijziging van de situatie betekent.
De Raad onderbouwde het verzoek met het instabiele verleden van de minderjarige, de traumatische ervaringen en de moeizame relatie tussen vader en hulpverlening. Vader accepteert de verhuizing en wil het contact met zijn kind herstellen, maar de moeder ervaart het contactherstel als een grote opgave. De minderjarige wenst het gezag van de vader te behouden.
De rechtbank oordeelt dat het op dit moment niet mogelijk is om te beoordelen of het gezag van de vader beëindigd moet worden, omdat de effecten van de verhuizing op het kind en de ouders nog onbekend zijn. Daarom wordt de zaak aangehouden tot mei 2023, waarna een nieuwe beoordeling zal plaatsvinden op basis van de ontwikkelingen.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over de beëindiging van het gezag van de vader aan tot mei 2023 om de effecten van de verhuizing van de minderjarige naar de moeder af te wachten.