Eisers zijn eigenaar van een perceel waarop zij een woning mochten bouwen na verlening van een omgevingsvergunning. Derde-partij kocht een woning tegenover dit perceel en vroeg een tegemoetkoming in planschade vanwege waardevermindering.
Het college kende een schadevergoeding toe van €4.325,-, maar eisers maakten bezwaar en stelden dat de schade voor derde-partij voorzienbaar was bij aankoop. De rechtbank oordeelde dat derde-partij wist dat het perceel te koop stond voor woningbouw en zelfs probeerde het perceel zelf te kopen.
Daarom had derde-partij rekening moeten houden met de kans op woningbouw en de gevolgen daarvan voor haar woningwaarde. De schade was voorzienbaar en komt niet voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank vernietigde het besluit en herroept de planschadevergoeding.
Het college moet het griffierecht en proceskosten van eisers vergoeden. Het hoger beroep bij de Raad van State is mogelijk binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.