Uitspraak
[benadeelde partij] ,
Beoordeling van het bewijs
Oordeel van de rechtbank
Rechtbank Noord-Nederland
Op 25 november 2017 vond in Wolvega een incident plaats waarbij verdachte meerdere keren met zijn vuist het hoofd van aangever sloeg terwijl deze op de grond lag. Verdachte werd beschuldigd van poging tot zware mishandeling. Tijdens de zittingen op 18 maart 2018 en 2 december 2022 erkende verdachte de feiten.
De rechtbank stelde vast dat aangever aanvankelijk agressief was en verdachte en zijn gezelschap had aangevallen, onder meer met een harde trap in de rug. Verdachte handelde uit zelfverdediging tegen een onmiddellijke en wederrechtelijke aanval. Hoewel verdachte het geweld voortzette toen aangever bewusteloos was, oordeelde de rechtbank dat dit het gevolg was van een hevige gemoedsbeweging, waardoor noodweerexces van toepassing is.
De rechtbank sprak verdachte vrij van verdere tenlasteleggingen en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet ontvankelijk verklaard en moet bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweerexces bij poging tot zware mishandeling.