ECLI:NL:RBNNE:2022:4854
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen toekenning WIA-uitkering en afzien van spreekuur door verzekeringsarts
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist een bedrijf de toekenning van een WIA-uitkering aan haar voormalige werknemer. De kern van het geschil betreft de vraag of de verzekeringsarts Bezwaar en Beroep terecht heeft afgezien van het oproepen van de werknemer voor een spreekuur in de bezwaarfase, terwijl in de primaire fase geen spreekuurcontact met een geregistreerd verzekeringsarts heeft plaatsgevonden.
De rechtbank overweegt dat volgens de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep een spreekuurcontact in de bezwaarfase in beginsel vereist is indien de medische grondslag van het primaire besluit gemotiveerd wordt betwist. Afzien daarvan is alleen toegestaan indien de verzekeringsarts voldoende motiveert waarom een spreekuur geen toegevoegde waarde heeft. In dit geval heeft de verzekeringsarts Peerden dit gemotiveerd gedaan, waarbij hij stelde dat de beschikbare medische informatie en eerdere rapportages een consistent en verdedigbaar geheel vormden.
Daarnaast heeft de rechtbank het medische en arbeidskundige oordeel getoetst. De medische rapportages tonen plausibele beperkingen van de werknemer, ondanks enige twijfel en inconsistenties in het klachtenbeeld. De arbeidskundige rapportages ondersteunen het standpunt dat de werknemer geen passende functies kan vervullen. Het bedrijf heeft geen nieuwe medische informatie ingebracht die het oordeel zou ondermijnen.
De rechtbank concludeert dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft toegekend en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter P.G. Wijtsma op 21 december 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de toekenning van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.