ECLI:NL:RBNNE:2022:488
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling stiefvader voor verkrachting stiefdochter met vingers
Verdachte werd beschuldigd van verkrachting van zijn toenmalige stiefdochter door haar in oktober 2018 in Sappemeer tegen haar wil met zijn vingers in de vagina te penetreren. De rechtbank baseerde haar oordeel op de verklaring van het slachtoffer, die werd ondersteund door de eigen verklaring van verdachte.
De verdediging betwistte het bewijs van binnendringen en dwang, en stelde dat de aangifte uit wraak was gedaan. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijsminimum was gehaald en dat het zonder toestemming binnendringen met vingers dwang oplevert volgens artikel 242 Sr Pro, mede door het geestelijk overwicht van verdachte als ruim dertig jaar oudere stiefvader.
Hoewel de officier van justitie een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 3 voorwaardelijk, had geëist, oordeelde de rechtbank dat de strafmaat sterk moest afwijken vanwege de omstandigheden van het delict, het tijdsverloop, en het lage recidiverisico. Verdachte kreeg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 150 uur opgelegd.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en wees bijzondere voorwaarden bij de straf af op advies van de reclassering. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer op 28 februari 2022.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 1 dag gevangenisstraf en 150 uur taakstraf wegens verkrachting van zijn stiefdochter.