Uitspraak
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [derde belanghebbende], te [plaats], vergunninghouder.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning, kappen van twee essen en aanleggen van een uitrit. De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat toezeggingen over het indienen van bezwaargronden na ontvangst van Wob-informatie niet zijn nagekomen.
Desondanks wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De inhoudelijke bezwaren tegen de omgevingsvergunning, waaronder strijdigheid met het bestemmingsplan, milieu-eisen en kapvergunning, slagen niet. Het bestemmingsplan is niet geschorst en de vergunninghouder zal het bouwplan aanpassen om aan de goothoogte te voldoen.
De kapvergunning voor de twee essen is terecht verleend vanwege hun slechte staat en compensatie in het erfinrichtingsplan. De voorzieningenrechter concludeert dat het belang van vergunninghouder zwaarder weegt en dat de procedurele onzorgvuldigheden niet leiden tot het treffen van een voorlopige voorziening.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.S. van den Berg op 22 december 2022, waarbij geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.