Verzoeker heeft via de Gemeentelijke Kredietbank Midden Groningen een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, waarbij hij gedurende drie jaar zijn afloscapaciteit spaart en jaarlijks uitkeert aan schuldeisers. Alle schuldeisers behalve PayPal stemden hiermee in. PayPal weigerde vanwege haar beleid geen zaken te doen met de GKB.
De rechtbank beoordeelde eerst haar bevoegdheid en toepasselijk recht. De zaak kwalificeert als een burgerlijke of handelszaak, waardoor de Brusselse Ibis-Verordening van toepassing is voor de bevoegdheid en de Rome I-Verordening voor het toepasselijke recht. Nederlands recht is van toepassing omdat verzoeker de kenmerkende prestatie verricht.
De rechtbank overwoog dat een schuldeiser in beginsel vrij is om medewerking aan een schuldregeling te weigeren, maar dat onder bijzondere omstandigheden een dwangakkoord kan worden opgelegd. Gelet op de inhoud van het akkoord en de gunstigere uitkering aan schuldeisers (41,2%) ten opzichte van de wettelijke schuldsaneringsregeling (31%), achtte de rechtbank de weigering van PayPal niet redelijk. De belangen van de overige schuldeisers, die 99,7% van de schuldenlast vertegenwoordigen, wegen zwaar mee.
Daarom beveelt de rechtbank PayPal tot instemming met het dwangakkoord en verklaart het subsidiaire verzoek tot toelating tot de WSNP niet-ontvankelijk. Het vonnis is gewezen door mr. N.A. Baarsma en op 15 september 2022 uitgesproken.