Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
de vrouw is op het moment van ondertekening van het convenant niet in staat een inkomen te generen". Over een toekomstige financiële situatie van de vrouw of eventuele verplichtingen die zij ten aanzien daarvan heeft, staat niets opgenomen. Over de financiële situatie van de man staan wel bepalingen opgenomen, ook over een (eventuele) toekomstige financiële situatie. Het convenant voorziet ten aanzien van de alimentatiebijdrage dus enkel in afspraken over de financiële situatie van de man.
op dit momentgeen rechtens relevante wijziging van omstandigheden voordoet ten aanzien van de alimentatiebijdrage.
Op basis van de gegevens van het voorafgaande boekjaar, waarbij de IB aangifte van het betreffende jaar bepalend is, wordt de hoogte van de te betalen partneralimentatie herberekend, indien er sprake is van een wijziging in het inkomen van meer dan 10% ten opzichte van het jaar voorafgaande aan het toetsjaar. Partijen zullen dit op 1 maart van het betreffende jaar afstemmen.".
Partijen zijn ervan op de hoogte dat de alimentatieplicht van de man volgens de wettelijke bepalingen (maximaal) 10 jaar duurt, te rekenen vanaf de datum van ontbinding van het huwelijk.". Naar het oordeel van de rechtbank betreft dit geen specifieke afspraak over de duur van de alimentatieplicht; het is slechts een weergave van de wettelijke bepaling die geldt op de alimentatieplicht tussen partijen. Het convenant is vervolgens bekrachtigd bij beschikking, maar ook in die beschikking is geen extra bepaling over de duur van de alimentatieplicht opgenomen. De rechtbank stelt daarom vast dat er door zowel de rechter als onderling tussen partijen geen termijn voor de alimentatieplicht is vastgesteld of overeengekomen.
5.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden.