Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van
22.december 2022 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
de rechtbank leest hier verbeterd: 2 augustus 2021) was ik werkzaam als politieagent. Omstreeks 20.25 uur kregen wij de opdracht om te gaan naar [naam snackbar] gelegen aan [naam winkelpark] 21 te Leeuwarden. […]
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
“Voor het beoordelen van de noodzaak om in een bepaalde situatie bodycams daadwerkelijk in te zetten, moeten de belangen van betrokkenen worden meegewogen. Daarbij spelen de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een belangrijke rol.”,ziet op de vraag of, gelet op de mogelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer die het filmen met zich brengt, het inzetten van de bodycam achterwege zou moeten worden gelaten. Overigens valt al helemaal niet in te zien om welke reden de verklaring van [slachtoffer 2] in verband met het beweerdelijk onjuist gebruik van de bodycam door [slachtoffer 6] buiten beschouwing zou moeten worden gelaten.
om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken;b.
om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken, en die wordt verdacht van of is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf
waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en2.
dat een ernstige aantasting vormt van de lichamelijke integriteit of de persoonlijke levenssfeer, of3.
dat door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving is of kan zijn.”
- i) dit een reactie was op de wederrechtelijke bedreiging van aangever door verdachte met een (nep)vuurwapen;
- ii) de waarschuwingsschoten conform de hiervoor genoemde ambtsinstructie zijn gelost;
- iii) zowel mondeling als met waarschuwingsschoten op niet misverstane wijze te kennen is gegeven dat zou worden geschoten indien verdachte de aanwijzingen van de politie niet zou opvolgen conform het bepaalde in artikel 10a van de ambtsinstructie; en
- iv) ook indien zou moeten worden aangenomen dat bij het lossen van een van de eerdere waarschuwingsschot niet (volledig) conform de ambtsinstructie is gehandeld, daaruit niet volgt dat het gericht schieten op verdachte, nadat hij heeft gedreigd met een vuurwapen dat voor echt werd aangezien óók wederrechtelijk zou zijn.
Strafbaarheid van verdachte
Opleggen van straf of maatregel
Inbeslaggenomen goederen
Benadeelde partijen
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
- het bedrag van € 1.000,00 (zegge: duizend euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 augustus 2021 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
- het bedrag van € 1.000,00 (zegge: duizend euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 augustus 2021 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
- het bedrag van € 1.000,00 (zegge: duizend euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 augustus 2021 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
- het bedrag van € 2.000,00 (zegge: tweeduizend euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 augustus 2021 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.