Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
cjib-zaaknummer 300000223
Rechtbank Noord-Nederland
Veroordeelde stelde beroep in tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van een confiscatiebeslissing van het Landgericht Kleve, waarbij een bedrag van ruim €3,6 miljoen werd gevorderd. De verdediging voerde aan dat de Duitse procedure niet voldeed aan de eisen van artikel 47 van Pro het Handvest van de EU en artikel 6 EVRM Pro, met name vanwege het ontbreken van een doeltreffende voorziening in rechte en onvoldoende motivering bij de uitspraak.
De rechtbank constateerde dat veroordeelde en zijn raadsman aanwezig waren bij de Duitse procedure, toegang hadden tot alle relevante stukken en de mogelijkheid hadden om te reageren op de eis. Veroordeelde was op de hoogte van de uitspraak en kon daartegen beroep instellen. De rechtbank oordeelde dat hiermee was voldaan aan het recht op een eerlijk proces en verdediging.
De rechtbank verwierp het verweer dat de hoogte van het te ontnemen bedrag niet vooraf was besproken en dat de motivering pas na onherroepelijkheid beschikbaar kwam. Ook het verzoek tot aanhouding voor nader onderzoek werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de erkenning en tenuitvoerlegging van de Duitse beslissing tot confiscatie.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Duitse confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.