ECLI:NL:RBNNE:2022:4997
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na voorlopige hechtenis wegens noodzakelijke zorgmachtiging
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade geleden door ten onrechte ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis, ter hoogte van €4.220,-, met daarnaast een standaardvergoeding van €340,- voor de kosten van het verzoekschrift. De rechtbank heeft het verzoek behandeld en de standpunten van verzoeker en officier van justitie afgewogen.
De voorlopige hechtenis was noodzakelijk vanwege onderzoek naar de psychische gesteldheid van verzoeker en het begeleiden naar passende zorg via een zorgmachtiging. Deze zorgmachtiging is op 28 juli 2021 afgegeven, waarna de voorlopige hechtenis werd geschorst. De zaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel, waardoor verzoeker volgens de rechtbank ontvankelijk was in zijn verzoek.
De rechtbank oordeelt echter dat er geen gronden van billijkheid zijn om schadevergoeding toe te kennen, omdat de voorlopige hechtenis noodzakelijk was ter bescherming van verzoeker en de maatschappij, en de duur niet onredelijk lang was. Wel kent de rechtbank een vergoeding van €680,- toe voor de kosten van het indienen en behandelen van het verzoekschrift, conform de LOVS-richtlijnen.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen, maar een kostenvergoeding van €680,- wordt toegekend.