ECLI:NL:RBNNE:2022:5009
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten rechtsbijstand door juridisch adviseur in strafzaak na sepot
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand die hij heeft gemaakt in een strafzaak die tegen hem was aangespannen. De zaak betrof een overtreding op basis van de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 en is door het Openbaar Ministerie geseponeerd wegens het te oud zijn van het feit (sepotcode 43).
De rechtbank overweegt dat ook kosten van een juridisch adviseur, die niet als advocaat is ingeschreven, voor vergoeding in aanmerking kunnen komen op grond van artikel 530 Sv Pro. Dit volgt uit een redelijke uitleg van het begrip “kosten van een raadsman” en eerdere jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Gezien de omstandigheden en het feit dat de strafzaak zonder strafoplegging is geëindigd, acht de rechtbank gronden van billijkheid aanwezig om de gevraagde schadevergoeding toe te kennen. De declaratie van de juridisch adviseur wordt niet onredelijk geacht. De rechtbank kent een vergoeding toe van in totaal € 1.539,70, waarbij de kosten voor de mondelinge behandeling worden gehalveerd.
Uitkomst: Verzoeker krijgt vergoeding van € 1.539,70 voor kosten rechtsbijstand door juridisch adviseur na sepot van strafzaak.