ECLI:NL:RBNNE:2022:5015

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
27 december 2022
Publicatiedatum
10 januari 2023
Zaaknummer
186840
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BWArt. 262 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot voornaamswijziging minderjarige wegens intrekking

Verzoekster heeft op 22 november 2022 bij de rechtbank Noord-Nederland een verzoek ingediend tot wijziging van de voornaam van haar minderjarige kind, geboren in 2020. De rechtbank heeft op 2 december 2022 vastgesteld dat zij relatief bevoegd is en heeft nadere informatie gevraagd over de biologische vader. Tevens is de zaak verwezen naar een mondelinge behandeling waarbij ook de Raad voor de Kinderbescherming zou worden betrokken.

De advocaat van verzoekster heeft echter aangegeven geen mondelinge behandeling te wensen en heeft het verzoek op 5 december 2022 ingetrokken. Hierdoor kon de rechtbank het verzoek niet inhoudelijk beoordelen en heeft zij verzoekster niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank benadrukt dat het belang van de minderjarige onvoldoende kon worden beoordeeld en dat het verzoek niet verder kan worden behandeld.

De beschikking is op 27 december 2022 door kinderrechter J. Teertstra in het openbaar uitgesproken. Verzoekster wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, waarbij inschakeling van een advocaat verplicht is.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot voornaamswijziging wegens intrekking.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaak-/rekestnummer: C/17/186840 / FA RK 22-2064
beschikking voornaamswijziging (1:4 BW) van de enkelvoudige kamer d.d. 27 december 2022
inzake

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen verzoekster,
als wettelijke vertegenwoordigster van [de minderjarige] ,
advocaat mr. E.P.J. Appelman, kantoorhoudende te Alkmaar.

Procesverloop

Verzoekster heeft zich op 22 november 2022 tot de rechtbank gewend met het verzoek tot voornaamswijziging van haar minderjarig kind " [voornaam A] ", geboren op [geboortedatum] 2020 in " [voornaam A] [voornaam B] ".
Op 2 december 2022 (voorafgaand aan de afgifte van de beschikking van 2 december 2022) heeft een griffiemedewerker telefonisch contact opgenomen met mr. Appelman. De griffiemedewerker heeft verzocht om nadere informatie in het geding te brengen over de biologische vader van de minderjarige. Ook heeft zij medegedeeld dat de zaak naar een mondelinge behandeling zal worden verwezen. Mr. Appelman heeft hierop te kennen gegeven dat hij geen mondelinge behandeling wenst, hij het verzoek dan zal intrekken en een nieuw verzoek zal gaan indienen bij een andere rechtbank.
Bij beschikking van 2 december 2022 heeft de rechtbank zich op grond van artikel 262 wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering relatief bevoegd geacht gelet op de woonplaats van verzoekster en de minderjarige. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat onvoldoende duidelijk is of sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang voor wijziging van de verzochte voornaam. Verzoekster stelt een persoonlijk belang vanwege het overlijden van haar broer, maar de rechtbank kan onvoldoende beoordelen of de wijziging van de voornaam ook in het belang van de minderjarige is. Daarom heeft de rechtbank de zaak verwezen naar een nader te bepalen zitting waarvoor ook de Raad voor de Kinderbescherming opgeroepen zal worden.
Op 2 december 2022 is een F9 formulier ingediend door mr. Appelman, waarbij hij nadere informatie over de biologische vader van de minderjarige heeft verschaft.
Op 5 december 2022 is een F5 formulier ingediend door mr. Appelman, waarbij verzoekster het verzoek heeft ingetrokken.

Motivering

Nu verzoekster het verzoek heeft ingetrokken, kan dit verzoek niet meer nader worden onderzocht. Verzoekster zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Teertstra, (kinder)rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2022.
(
fn: 588)
Van deze beschikking kan binnen 3 maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden. Indien u in deze procedure bent verschenen start deze termijn op de dag van de uitspraak. Als u niet in de procedure bent verschenen kan de termijn op een latere datum beginnen. Volgens de wet bent u verplicht om voor het instellen van hoger beroep een advocaat in te schakelen. In verband met de beperkte termijn dient u zo spoedig mogelijk contact met uw/een advocaat op te nemen!
De griffier.