ECLI:NL:RBNNE:2022:506
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden deels vernietigd
Eisers ontvingen bijstand sinds 2011 en werden beschuldigd van het verrichten van niet gemelde werkzaamheden vanaf 9 maart 2019, waarop het college de bijstand introk en kosten terugvorderde tot een bedrag van €14.926,72.
De rechtbank maakte onderscheid tussen twee periodes: 9 maart 2019 tot 1 mei 2020 (periode 1) en 1 mei 2020 tot 31 augustus 2020 (periode 2). Voor periode 1 vond de rechtbank de onderzoeksbevindingen onvoldoende concreet en onderbouwd om de intrekking en terugvordering te rechtvaardigen, mede omdat de verklaringen van eisers niet specifiek waren en er geen aanvullend bewijs was.
Voor periode 2 oordeelde de rechtbank dat het college voldoende feitelijke grondslag had, gebaseerd op waarnemingen, observaties en verklaringen, dat eisers werkzaamheden verrichtten en daarmee inkomsten hadden. Eisers hadden hun inlichtingenplicht geschonden door geen administratie of bewijs van inkomsten te overleggen, waardoor het college terecht de bijstand introk en kosten terugvorderde.
De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking en terugvordering over periode 1 en herroept het primaire besluit, terwijl het college wordt opgedragen een nieuwe berekening te maken voor de terugvordering over periode 2. Tevens werden de proceskosten van eisers aan het college opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand over periode 1 worden vernietigd, over periode 2 bevestigd met opdracht tot nieuwe terugvordering.