Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.[eiser sub 1],
2.
[eiser sub 2],
[eisers],
1.[gedaagde sub 1],
2.
[gedaagde sub 2],
[gedaagden],
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak vorderen [eisers] dat het executoriaal beslag op hun woning, gelegd door [gedaagden], wordt doorgehaald om een onderhandse verkoop mogelijk te maken. De woning is getaxeerd op €210.000,00, terwijl [gedaagden] de WOZ-waarde van €395.000,00 aanvoeren als indicatie voor een hogere executiewaarde. De voorzieningenrechter stelt vast dat de taxaties van onafhankelijke makelaars plausibel en geloofwaardig zijn en dat een executieveiling doorgaans een lagere opbrengst genereert dan een onderhandse verkoop.
Het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 augustus 2019 is in kracht van gewijsde gegaan, waardoor de rechter alleen tot opheffing van het beslag kan besluiten bij misbruik van executiebevoegdheid. De rechtbank oordeelt dat [gedaagden] geen redelijk belang hebben bij handhaving van het beslag, omdat de onderhandse verkoop een hogere opbrengst oplevert en het beslag leidt tot een executieveiling die lagere opbrengsten genereert.
Daarom wordt het beslag doorgehaald en wordt [eisers] gemachtigd om zelf het beslag te doen doorhalen indien [gedaagden] niet meewerken. De vordering van [gedaagden] in reconventie is ingetrokken. [gedaagden] worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het executoriaal beslag op de woning wordt doorgehaald en [eisers] worden gemachtigd het beslag zelf door te halen bij weigering van [gedaagden].