ECLI:NL:RBNNE:2022:5451
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord in schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende onderbouwing en betwiste vordering
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en tot vaststelling van een dwangakkoord. Verweerder betwist een vordering op verzoeker, die niet in het akkoord is opgenomen, en stelt dat het aanbod niet het hoogst haalbare is. De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ontvankelijk is, maar het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord niet kan worden toegewezen.
De rechtbank overweegt dat het voorstel is getoetst door een onafhankelijke partij, de Groningse Kredietbank, en dat de schuldeisers over de persoonlijke situatie van verzoeker zijn geïnformeerd. Echter, verweerder heeft een vordering die niet in het akkoord is meegenomen, wat het uitkeringspercentage beïnvloedt. Verzoeker heeft onvoldoende medische stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn arbeidsongeschiktheid en verdiencapaciteit.
Verder weegt de rechtbank mee dat verzoeker schulden heeft opgebouwd tijdens een gokverslaving en een strafrechtelijke schadevergoedingsmaatregel, wat de goede trouw beïnvloedt. De rechtbank acht het saneringskrediet niet het hoogst haalbare, mede omdat een spaarakkoord mogelijk meer oplevert indien verzoeker inkomen kan verhogen. Gezien deze omstandigheden wijst de rechtbank het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord af en geeft verzoeker de mogelijkheid het WSNP-verzoek te handhaven.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en betwiste vordering.