Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2022:5536

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
18 maart 2022
Publicatiedatum
1 augustus 2023
Zaaknummer
C/18/205892 / FA RK 21/1424
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 32 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking kinderalimentatie en uitvoerbaarheid bij voorraad

De rechtbank Noord-Nederland ontving op 14 januari 2022 een verzoek van de vrouw om een herstelbeschikking ex artikel 32 lid 1 Rv Pro, gericht op het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van beslissingen in de beschikking van 30 november 2021. De man verzocht op 28 januari 2022 om herstel van kennelijke fouten in diezelfde beschikking met betrekking tot de kinderalimentatie. De vrouw stond dit herstel toe, maar handhaafde haar verzoek tot uitvoerbaarheid bij voorraad.

De rechtbank oordeelde dat zij in de beschikking van 30 november 2021 verzuimd had te beslissen over de uitvoerbaarheid bij voorraad, terwijl dit verzoek niet ter discussie stond. Daarom werd de beschikking aangevuld met de verklaring dat de beslissingen onder 5.1 tot en met 5.6 uitvoerbaar bij voorraad zijn. Tevens werd vastgesteld dat de zinsnede in het dictum die meer of anders verzochte afwees, niet op de uitvoerbaarheid bij voorraad sloeg.

Daarnaast werden kennelijke fouten hersteld: in het lichaam van de beschikking werd een plus-teken gewijzigd in een gelijkteken bij het bedrag van €289,-, en in het dictum werd het bedrag van €127,- gecorrigeerd naar €99,- als maandelijkse bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. De verbeteringen en aanvullingen werden formeel vastgelegd en partijen werden verplicht de beschikking na ontvangst van deze herstelbeschikking aan de griffie te retourneren.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad en herstelt kennelijke fouten in de kinderalimentatiebedragen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Groningen
Zaak-/rekestnummer: C/18/205892 / FA RK 21-1424
Herstelbeschikking van 18 maart 2022,
behorend bij de beschikking van 30 november 2021
in de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. I.M. Feenstra, gevestigd te Groningen,
en
[de vrouw],
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. F.A. de Munnik-Hoogendoorn, gevestigd te Dronten.

1.Het procesverloop

1.1.
De rechtbank heeft op 14 januari 2022 een verzoek van de vrouw ontvangen om een herstelbeschikking ex artikel 32 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) af te geven, in die zin dat de beslissingen gegeven onder 5.1 t/m 5.6 in het dictum van de beschikking van 30 november 2021 uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
1.2.
Op 28 januari 2022 heeft de rechtbank een F9-formulier met een reactie van de man ontvangen. De man voert verweer strekkende tot afwijzing van het verzoek van de vrouw. Voorts verzoekt de man de rechtbank om de beschikking van 30 november 2021 op grond van artikel 31 lid 1 Rv Pro te herstellen met betrekking tot de beslissing ter zake de kinderalimentatie.
1.3.
Op 18 februari 2022 heeft de rechtbank een reactie van de vrouw ontvangen. De vrouw verzet zich niet tegen het afgeven van een herstelbeschikking zoals door de man verzocht. De vrouw handhaaft haar verzoek met betrekking tot het afgeven van een herstelbeschikking ten aanzien van de uitvoerbaarheid bij voorraad.
1.4.
Vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat deze beschikking wordt gegeven.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank overweegt over het verzoek van de vrouw om de beschikking van 30 november 2021 aan te vullen als volgt. De rechtbank stelt voorop dat artikel 32 lid 1 Rv Pro bepaalt dat de rechter te allen tijde op verzoek van een partij zijn beschikking aanvult indien hij heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het verzochte. In het onderhavige geval heeft de rechtbank in de beschikking van 30 november 2021 verzuimd te beslissen op het verzoek om de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De rechtbank heeft het deel van het verzoek waarin partijen verzoeken de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad verklaren over het hoofd gezien. Over de uitvoerbaarheid bij voorraad verklaring is tussen partijen geen debat geweest en als te doen gebruikelijk wordt dan de verzochte uitvoerbaarheid bij voorraad toegewezen. De rechtbank had, indien er wel een debat zou zijn geweest, een beslissing dienaangaande moeten nemen en daaraan een overweging moeten wijden. De in het dictum geformuleerde zinsnede ''wijst het meer of anders verzochte af'' heeft dan ook geen betrekking op de verzochte uitvoerbaarheid bij voorraad verklaring.
2.2.
Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank de beschikking van 30 november 2021 aanvult en de beslissingen geformuleerd onder 5.1 t/m 5.6 van het dictum uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
2.3.
De rechtbank overweegt over het verzoek van de man om de beschikking van 30 november 2021 met betrekking tot de beslissingen ter zake de kinderalimentatie te verbeteren als volgt. De rechtbank stelt voorop dat artikel 31 lid 1 Rv Pro bepaalt dat de rechter te allen tijde op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent, verbetert. Het is de rechtbank gebleken dat de beschikking van 30 november 2021 kennelijke fouten bevat en het voor partijen duidelijk is dat van een vergissing sprake is. De rechtbank zal de beschikking van 30 november 2021 dan ook verbeteren, in die zin dat in het lichaam van de beschikking onder 4.6.13. het ''+ teken'' voor het bedrag € 289,- wordt gewijzigd in een ''= teken'' en dat in het dictum onder 5.5. het bedrag van € 127,-- wordt gewijzigd in € 99,--.
2.4.
Een en ander brengt met zich dat de beschikking van 30 november 2021 als volgt wordt aangevuld en verbeterd.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
vult voormelde beschikking van 30 november 2021 als volgt aan:
- in het dictum: verklaart de beslissingen vermeld onder 5.1 t/m 5.6 uitvoerbaar bij voorraad;
3.2.
verbetert voormelde beschikking van 30 november 2021 in die zin dat:
- de passage onder 4.6.13. waar thans onder meer staat opgenomen:
''Zijn aandeel in de kosten van [de minderjarige] bedraagt 476/893 x 543 + € 289,-.'',
als volgt wordt gewijzigd:
''Zijn aandeel in de kosten van [de minderjarige] bedraagt 476/893 x 543 = € 289,-.''
- in het dictum onder 5.5. waar thans staat opgenomen:
''bepaalt dat de man met ingang van de datum van deze beschikking € 127,-- per maand moet betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw'',
als volgt wordt gewijzigd:
''bepaalt dat de man met ingang van de datum van deze beschikking € 99,-- per maand moet betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw'';
3.3.
bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum 18 maart 2022 wordt vermeld op de minuut van de beschikking van 30 november 2021;
3.4.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van de beschikking van 30 november 2021 na ontvangst van deze herstelbeschikking aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Mr. F. Brekelmans, voorzitter van de meervoudige kamer bij deze rechtbank, tevens kinderrechter, en mr. H.L. Stuiver en mr. G.H.G. Reitsma - van Riel, rechters, zijn tot deze aanvulling en verbetering overgegaan. Deze uitspraak is geschied ter openbare terechtzitting van 18 maart 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.
(
fn: RV)