ECLI:NL:RBNNE:2022:5549
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van verzoek tot herziening mutatie toevoeging advocaat door Raad voor Rechtsbijstand
Eiser had aanvankelijk toevoegingen aangevraagd voor zijn advocaat mr. Kamps, die later verzocht om deze toevoegingen te muteren naar haar kantoorgenoot mr. Meis. Eiser maakte bezwaar tegen deze mutatie omdat mr. Meis zijn zaken niet kon of wilde overnemen. De Raad voor Rechtsbijstand verklaarde de bezwaren ongegrond en weigerde later het verzoek tot herziening van deze besluiten.
De rechtbank oordeelde dat de Raad terecht artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht toepaste om het herzieningsverzoek af te wijzen, omdat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden waren die de besluiten van 27 januari 2020 zouden doen wijzigen. Het standpunt van eiser dat de mutatie nietig zou zijn vanwege het ontbreken van een opdrachtovereenkomst tussen mr. Kamps en mr. Meis werd verworpen, aangezien dit een civielrechtelijke kwestie betreft.
De rechtbank concludeerde dat de Raad handelde conform het geldende beleid omtrent indeplaatsstelling en dat het bezwaar van eiser reeds eerder was behandeld. Er was geen aanleiding om de besluiten te herzien of te vernietigen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek tot herziening van de mutatie van toevoegingen is ongegrond verklaard.