ECLI:NL:RBNNE:2022:5573
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verstekvonnis ontbinding en ontruiming huurovereenkomst wegens huurachterstand
Tussen verhuurder en huurder bestaat een huurovereenkomst voor woonruimte met een maandelijkse huur van €680. De huurder betaalde vanaf augustus 2020 niet meer, wat leidde tot een huurachterstand van €7.480. Verhuurder dagvaardde huurder voor ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstallige huur en bijkomende kosten. De kantonrechter wees op 3 augustus 2021 verstekvonnis toe.
Huurder stelde verzet in tegen het verstekvonnis en voerde op dat zij de huur had opgeschort vanwege ernstige gebreken aan het gehuurde. Dit verweer werd door verhuurder gemotiveerd weersproken. De huurder heeft echter geen bewijs geleverd van de gebreken, noch stukken overgelegd tijdens de procedure.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder tekort is geschoten in haar betalingsverplichting en dat de ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst gerechtvaardigd zijn. De gevorderde wettelijke handelsrente werd afgewezen en vervangen door wettelijke rente. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden deels toegewezen tot het bedrag genoemd in de aanmaning. De machtiging tot ontruiming met de sterke arm werd afgewezen omdat de deurwaarder bevoegdheden heeft.
De kantonrechter bekrachtigde het verstekvonnis en veroordeelde de huurder in de kosten van de verzetprocedure.
Uitkomst: Het verstekvonnis tot ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst wegens huurachterstand wordt bekrachtigd en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.