Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een verminderingsbeschikking van de Belastingdienst inzake zijn verzamelinkomen over 2019. De Belastingdienst had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat geen bezwaar openstond tegen de ambtshalve vermindering van het verzamelinkomen, die op verzoek van eiser was gedaan.
De rechtbank stelt vast dat het bezwaar zowel gericht was tegen de herziene beschikking tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ) als tegen de verminderingsbeschikking. Omdat de verminderingsbeschikking een ambtshalve vermindering betreft, waartegen geen bezwaar openstaat, is het bezwaar tegen deze beschikking terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Verder is geoordeeld dat er geen reden is voor een kostenvergoeding, aangezien het bezwaar niet ontvankelijk was. Het beroep van eiser is daarom ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter A.M.A.M. Kager op 8 maart 2022 te Groningen.