ECLI:NL:RBNNE:2022:752
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schadevergoeding na beëindiging vervolging wegens ongeschiktheid verdachte
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek van de verdachte tot vergoeding van schade als gevolg van voorlopige hechtenis. De vervolging tegen de verdachte werd beëindigd omdat hij vanwege ernstige geestelijke en fysieke beperkingen niet in staat was het strafproces te volgen, niet vanwege het ontbreken van ernstige bezwaren tegen hem.
De rechtbank oordeelde dat de voorlopige hechtenis terecht was gegeven en dat er geen gronden van billijkheid waren om schadevergoeding toe te kennen. De verdachte was ontvankelijk in zijn verzoek, ondanks de benoeming van een provisionele bewindvoerder en curatele, omdat hij met toestemming van zijn curator handelingen kon verrichten.
De rechtbank verwierp het standpunt van de verdediging dat de lange duur van de procedure en de situatie van de verdachte schadevergoeding rechtvaardigden. Ook het subsidiaire verzoek tot vergoeding over een eerdere periode werd afgewezen wegens onvoldoende kans van slagen van het beroep op schorsing van vervolging en adequaat onderzoek.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2022 door de meervoudige raadkamer, waarbij de voorzitter en twee rechters betrokken waren.
Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding na voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens ontbreken van gronden van billijkheid.