11.1.De voorzieningenrechter is van oordeel dat de last voldoende duidelijk is. Verzoekers moeten de activiteiten ten behoeve van de bamboekwekerij op de locatie staken. Dit houdt in het verwijderen van bamboe die is geplant ten behoeve van die kwekerij en staken van het gebruiken van de gronden ten behoeve van de kwekerij op de locatie. Als er geen bomen of ander houtgewas staan ten behoeve van de bamboekwekerij, dan hoeven deze niet verwijderd te worden. Voor zover verzoekers menen dat de opslagloods mag worden gebruikt ten behoeve van een kwekerij, omdat dit impliciet is vergund, merkt de voorzieningenrechter het volgende op. Het staken van het gebruik van de gronden rondom de loods verhindert het gebruik van de loods ten behoeve van die kwekerij. Verzoekers hebben geen belang bij voortzetting van het gebruik van de loods ten behoeve van een niet-bestaande kwekerij. Dit gegeven maakt de last niet onduidelijk. Ook deze bezwaargrond heeft naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen kans van slagen.
Evenredigheid en lengte begunstigingstermijn
12. Verzoekers stellen dat handhaving onevenredig is vanwege het lange gedogen. Verweerder had verzoekers de mogelijkheid moeten gunnen hun bedrijfsactiviteiten langzaam af te bouwen. Verwezen wordt naar de conclusie van staatsraden advocaat-generaal Van Widdershoven en Wattel over het evenredigheidsbeginsel van 7 juli 2021.Het staken van de bedrijfsvoering houdt in dat [verzoeker 1] geen inkomsten meer zal hebben. Er is sprake van kapitaalvernietiging.
13. De voorzieningenrechter stelt voorop dat kapitaalvernietiging geen reden is om de begunstigingstermijn te verlengen of om af te zien van handhaving. De gevolgen van het handelen in strijd met de beheersverordening komen voor rekening en risico van de overtreder. Dit is reeds lange tijd vaste rechtspraak.Voor zover door verzoekers wordt verwezen naar de conclusie van staatsraden advocaat-generaal Van Widdershoven en Wattel over het evenredigheidsbeginselen de daaruit voortvloeiende rechtspraak mogen sancties niet verder gaan dan noodzakelijk en moet er een belangenafweging plaatsvinden. Daargelaten hoe de evenredigheid zich precies verhoudt tot de beginselplicht tot handhaving, is het in elk geval niet zo dat er geen besluiten met ‘harde gevolgen’ mogen worden genomen. Er moet steeds gekeken worden naar de met het besluit te dienen belangen. Ter zitting hebben belanghebbenden 1 onweersproken verklaard dat zij vrijwel dagelijks worden geconfronteerd met het geluid van shovels en ander materieel dat vlak langs hun woning rijdt, zo’n 60 tot 80 voertuigbewegingen per dag. Dit heeft een grote impact op hun woon- en leefklimaat. Het doel van handhaving weegt mede daarom zwaar. De voorzieningenrechter beseft dat het staken van de kwekerij voor [verzoeker 1] betekent dat hij geen inkomsten meer heeft en dat dit een grote impact zal hebben op zijn leven. Deze gevolgen zijn echter niet zodanig dat handhaving op voorhand onevenredig moet worden geacht. Zeker gelet op het feit dat het verzoekers reeds lange tijd bekend moet zijn geweest dat een kwekerij ter plaatse niet was toegestaan.
14. Gelet op de geringe kans van slagen van het bezwaarschrift, meent de voorzieningenrechter dat de last in stand moet worden gelaten, maar dat een belangenafweging aanleiding is om niettemin een voorziening te treffen. Verzoeker heeft namelijk onweersproken gesteld dat hij voor het verwijderen van de planten minimaal 40 dagen nodig heeft. Verweerder heeft een termijn van 4 weken gegeven. Dit betekent dat verzoeker de dwangsom zal verbeuren, terwijl het doel – beëindiging van de overtreding – daarmee niet gediend is. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek toe en bepaalt dat het bestreden besluit in stand blijft, maar dat de begunstigingstermijn zal eindigen 40 dagen na verzending van deze uitspraak.
15. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.
16. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgen verzoekers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het opstellen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting). Die punten hebben een waarde van € 759,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 1.518,-. De reiskosten worden bepaald op € 23,40 op basis van openbaar vervoer 2e klasse.