ECLI:NL:RBNNE:2022:912
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot verkrachting en mishandeling wegens onvoldoende bewijs
Op 29 maart 2022 heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van poging tot verkrachting, ontuchtige handelingen en mishandeling op of omstreeks 24 juni 2018 te Noordbroek.
De tenlastelegging betrof onder meer het dwingen van het slachtoffer tot seksuele handelingen met gebruik van geweld en het mishandelen door krachtig knijpen in de borsten. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 8 voorwaardelijk, gebaseerd op de verklaring van het slachtoffer, letselonderzoek en de verklaring van verdachte zelf.
De verdediging voerde aan dat de verklaring van het slachtoffer inconsistent en onbetrouwbaar was, en dat het WhatsApp-verkeer en getuigenverklaringen een ander beeld schetsten. De rechtbank constateerde dat de verklaringen van verdachte en slachtoffer op essentiële punten lijnrecht tegenover elkaar stonden en dat er geen getuigen waren die de aangifte direct ondersteunden.
Het letselonderzoek was ruim drie weken na het incident verricht en kon niet met zekerheid aan verdachte worden toegeschreven. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen en sprak hem daarom vrij. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en moet bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs voor poging tot verkrachting, ontuchtige handelingen en mishandeling.