Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
1De woning was simpel ingericht en uitgerust. Op de twee slaapkamers lagen twee luchtbedden en wat kleding.
2
3
4welk bod wordt geaccepteerd.
5
6
7[medeverdachte 3] verklaart dat hij na de aankoop van de woning nog één of twee keer bij de woning is geweest.
8
9De eerste keer betreft eveneens de nacht van 13 op 14 september 2019, zoals hiervoor omschreven.
10[medeverdachte 2] bevestigt dat dit contact ging over de woning in Vriescheloo en dat hij op maandag 23 september 2019 voor het eerst werkzaamheden heeft verricht bij de woning aan de [straatnaam] in Vriescheloo.
11Vlak voordat en vlak nadat [medeverdachte 1] voornoemd bericht stuurt naar [medeverdachte 2] zoekt hij contact met verdachte.
12
13Op 5 november 2021, nadat [medeverdachte 1] was aangehouden in het pand in Vriescheloo en er duidelijk zichtbaar politie aanwezig was op de plaats delict, stuurt verdachte een sms naar [medeverdachte 1] met de tekst “Waar ben je?”.
14
15Op 24 september 2019 worden er door [bedrijf 1] afvalcontainers geplaatst bij de woning aan de [straatnaam] .
16In de in de woning aangetroffen tas van veroordeelde [medeverdachte 1] zaten facturen voor het plaatsen van deze containers.
17
18, en in een tas in de woonkamer waarin ook twee telefoons van veroordeelde [medeverdachte 1] werden gevonden, zijn facturen van [naam] aangetroffen. Deze facturen van 25 september 2019 en 31 oktober 2019 betreffen de aanschaf van gas(flessen), een kooktoestel en een drukregelaar. Ook zijn in de woning verschillende bonnen voor levensmiddelen aangetroffen, die zijn aangeschaft bij ondernemingen in de buurt van Vriescheloo, en bonnen voor bouwmaterialen die verband kunnen houden met de opbouw van een drugslaboratorium, allen daterende vanaf 23 september 2019.
19
20
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
In beslag genomen goederen
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.
een gedeelte, groot 10 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.