ECLI:NL:RBNNE:2023:1430

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
11 april 2023
Publicatiedatum
11 april 2023
Zaaknummer
18.260166.22
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid tijdens Gay-Pridefestival

Op 20 augustus 2022 heeft verdachte tijdens een Gay-Pridefestival in Groningen een jonge vrouw onverhoeds bij de borsten gegrepen. Het slachtoffer en een getuige hebben het incident verklaard en verdachte is ter plaatse door beveiligers herkend en aangehouden. Verdachte heeft het feit tijdens zijn aanhouding bekend, hoewel hij dit later deels heeft ingetrokken.

De rechtbank acht het bewezen dat verdachte door een andere feitelijkheid het slachtoffer heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, namelijk het betasten van haar borsten. Dit wordt gekwalificeerd als feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Er zijn geen strafuitsluitingsgronden vastgesteld.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd, en het verleden van verdachte. Het slachtoffer verklaarde geschrokken en verdrietig te zijn, mede omdat het niet de eerste keer was dat haar zoiets overkwam. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken zonder voorwaardelijk deel, waarbij de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht Locatie Groningen
parketnummer 18.260166.22
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 11 april 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , zonder bekende woon- of verblijfplaats hier ter lande.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 maart 2023.
Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 20 augustus 2022 te Groningen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het onverhoeds betasten van de borsten van die [slachtoffer] .

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het feit. De officier van justitie acht het feit te bewijzen op grond van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 augustus 2022,opgenomen op pagina 4 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL01002022218463, d.d. 19 september 2022, inhoudend als verklaring van [slachtoffer] :
A: Ik was bij de [bedrijf] in Groningen. Ik was daar in de Zwanestraat met mijn zus aan het dansen en zingen. Er stonden twee mannen of een groep achter ons en die probeerden onze aandacht te vragen. Wij draaiden ons er bij weg maar uiteindelijk draaide ik mij naar hun toe. Een van de mannen zei dat zijn vriend mijn borsten aan wilde raken. Deze zelfde man pakte ineens met beide handen mijn borsten beet. Hij pakte met beide handen de onderkant van mijn beide borsten beet.
V: Heb je de aanhouding gezien van de man die dit bij jou heeft gedaan?
A: Nee. Mijn zus heeft hem geïdentificeerd. Mijn zus vertelde dat de man eerst een rood shirt aan had en later ineens een geel shirt met een gele bril. Mijn zus en ik hebben deze man bij de beveiliging zien staan en wij herkenden hem direct. Mijn zus zei later tegen mij dat ze gezien heeft dat deze zelfde man door de politie werd meegenomen.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 20 augustus 2022, opgenomen op pagina 13 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Op zaterdag 20 augustus 2022 om 19:50 uur kregen wij de melding dat er een vrouw aangerand zou zijn in de Zwanestraat te Groningen. Wij hoorden dat de verdachte bij de beveiligers zou staan. Wij kregen het volgende signalement door; getinte man, gele zonnebril, en fel gekleurde geel/ oranje kleding. Hierop zijn wij ter plaatse gegaan en zagen een man bij de beveiliging staan. De man die wij zagen voldeed aan het signalement. Wij hoorden van de beveiligers dat de man die bij hun stond, de man was die een vrouw aangerand zou hebben.
Ik, [verbalisant] , sprak met de man, bleek te zijn [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , hierna te noemen verdachte. Ik hoorde van een van de beveiligers dat de verdachte de aanranding had bekend. Hierop ben ik naar de verdachte toegegaan en ik heb aan hem gevraagd of het verhaal van de aanranding klopte. Ik hoorde dat hij zei; "Ja, dat heb ik gedaan".
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 20 augustus2022, opgenomen op pagina 9 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam] :
V: Je vertelde al dat je getuige was van een aanranding in de Zwanestraat op 20 augustus 2022. Wat is er gebeurd?
A: Omstreeks 19.50 uur, stond ik daar naast twee andere dames. Er stonden twee mannen achter ons. Ik zag dat een van de mannen de borsten pakte van een van de vrouwen.
V: Hoe kun je de man omschrijven die de aanranding pleegde?
A: Een lange man, ik denk rond de 1.90. Hij was kaal en had een donkere huidskleur. Hij had een roodkleurige hemd aan. Later verdween hij maar kwam hij weer tevoorschijn. Hij was toen omgekleed.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 22 augustus 2022,opgenomen op pagina 22 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:
Verdachte wordt geconfronteerd met de verklaring van getuige [naam] dat de man eerst een rood shirt aan had en later een geel shirt met een gele bril.
V: In jouw fouillering hebben wij dit shirt gezien.
O: We laten hem een foto zien van een rood shirt welke aangetroffen is in de fouillering.
V; Van wie is dit shirt?
A: Dit is van mijn werk, dit is van mijn werk.
V: Wanneer heb je dit shirt voor het laatst gedragen?
A: Zaterdag. Dit had ik daar onder aan. Ik had daarover een geel T-shirt.
De rechtbank acht het feit te bewijzen op grond van de aangifte die wordt ondersteund door de verklaring van getuige [naam] . Deze getuige heeft het feit gezien. Verder is verdachte onder meer aan zijn kleding herkend; hij droeg eerst een geel shirt en later een rood shirt, zoals ook uit zijn eigen verklaring bij de politie is gebleken. Ook heeft verdachte het feit ter plaatse tijdens zijn aanhouding tegenover één van de verbalisanten bekend.
Dat verdachte daar later tijdens zijn verhoor op het politiebureau op is teruggekomen, maakt niet dat de rechtbank twijfelt aan de juistheid van zijn eerdere bekennende verklaring.
Het onverhoeds betasten van de borsten van een onbekende persoon is naar het oordeel van de rechtbank een seksuele gedraging in strijd met de sociaal-ethische normen en kan aldus worden aangemerkt als een ontuchtige handeling.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij op 20 augustus 2022 te Groningen, door een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, te weten het onverhoeds betasten van de borsten van die [slachtoffer] .
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Hij heeft tijdens een Gay-Pridefestival op straat een jonge vrouw onverhoeds bij de borsten gegrepen. Het slachtoffer heeft verklaard dat zij geschrokken is van het feit dat zij tegen haar wil op deze manier is aangeraakt en dat het haar verdrietig maakte, ook omdat het niet de eerste keer was dat haar zoiets is overkomen.
De rechtbank kwalificeert de gedraging van verdachte als vernederend, intimiderend en een aantasting van de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.
De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van twee weken. De rechtbank ziet geen aanleiding om een voorwaardelijk strafdeel op te leggen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikel 246 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Dit voorschrift is toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens gold dan wel ten tijde van deze uitspraak geldt.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. de Jong, voorzitter, mr. O.J. Bosker en mr. J. Duiven, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 april 2023.
Mr. De Jong en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.