Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
.Met betrekking tot het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft hij, samengevat, aangevoerd dat verdachte, gelet op de omstandigheden waaronder de aankoop van het pand heeft plaatsgevonden en de verhuur is verlopen, de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er een hennepplantage in het pand zat. De gedragingen van verdachte kunnen gekwalificeerd worden als medeplichtigheid aan hennepteelt, namelijk het opzettelijk gelegenheid en middelen verschaffen door het pand daarvoor ter beschikking te stellen. Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie bepleit dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het feit dat het geld van misdrijf afkomstig was en dat, gelet op de periode en de frequentie van de betalingen aan verdachte, bewezen kan worden dat hij van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.