De rechtbank Noord-Nederland heeft op 13 april 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor schuldwitwassen. De zaak betreft de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit huurpenningen van een pand in Foxhol waar een grootschalige hennepkwekerij werd aangetroffen.
De officier van justitie vorderde een bedrag van €156.850,00, gebaseerd op de huurinkomsten die veroordeelde ontving. De verdediging stelde zich op het standpunt dat de vordering afgewezen moest worden, mede gelet op het bepleiten van vrijspraak in de onderliggende strafzaak.
De rechtbank oordeelde dat veroordeelde pas vanaf 27 januari 2017 redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de huurpenningen uit enig misdrijf afkomstig waren. Daarom werd een bedrag van €30.000,00 (de eerste drie huurtermijnen) in mindering gebracht op het totaalbedrag, waardoor het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel €126.850,00 bedraagt.
De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en bepaalde de maximale duur van gijzeling op 1080 dagen. De overige vorderingen van de officier van justitie werden afgewezen.