ECLI:NL:RBNNE:2023:1473
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen toekenning Ziektewet-uitkering vanaf 27 december 2018
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uwv waarin een Ziektewet-uitkering werd toegekend met ingang van 27 december 2018. Het geschil spitst zich toe op de vraag welke datum als eerste ziektedag geldt en op de juiste toepassing van wettelijke bepalingen omtrent de berekening van het dagloon.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de toekenning van de ZW-uitkering vanaf 1 mei 2018 niet meer in geschil is. De rechtbank oordeelt dat het Uwv terecht 27 december 2018 als eerste ziektedag heeft aangemerkt, mede gelet op verklaringen van de ex-werkgever en eiser zelf, die zwaarder wegen dan de arbeidsovereenkomst. Daarnaast zijn de overige beroepsgronden van eiser, waaronder de toepassing van artikel 25 van Pro het Dagloonbesluit en artikel 7a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, niet gegrond verklaard.
Ook het bezwaar tegen het delen van stukken met de ex-werkgever en het ontbreken van bepaalde documenten in het dossier zijn door de rechtbank verworpen. De rechtbank concludeert dat het Uwv de juiste procedure heeft gevolgd en dat het dossier compleet is voor de beoordeling van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot vergoeding van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en griffier S.I. Havinga op 7 april 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het Uwv wordt ongegrond verklaard en de Ziektewet-uitkering vanaf 27 december 2018 blijft gehandhaafd.