Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2023 in de zaak tussen
[naam schip]
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser voerde beroep aan tegen een last onder dwangsom en een invorderingsbesluit opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel. De last betrof het verlaten van een ligplaats aan de noordoever van een openbaar vaarwater, waar twee vaartuigen lagen, waaronder een klipper en een skûtsje.
De rechtbank oordeelde dat het deel van de last dat strekte tot het verlaten van de ingenomen ligplaats rechtmatig was, maar dat het deel dat eisers vaartuigen naar andere locaties moest verplaatsen ondeugdelijk was gemotiveerd en daarom in strijd met de Algemene wet bestuursrecht was opgelegd. Tevens werd geoordeeld dat niet alle controlerapporten waarop het invorderingsbesluit was gebaseerd, voldoende deugdelijk en controleerbaar waren om de overtredingen vast te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de last onder dwangsom gedeeltelijk en vernietigde het invorderingsbesluit gedeeltelijk voor zover dwangsommen waren ingevorderd op basis van onvoldoende bewijs. De dwangsom op basis van het controlerapport van 20 oktober 2021 werd als terecht beschouwd. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt gedeeltelijk de last onder dwangsom en het invorderingsbesluit wegens ondeugdelijke motivering en onvoldoende bewijs, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.