ECLI:NL:RBNNE:2023:1526

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
30 maart 2023
Publicatiedatum
17 april 2023
Zaaknummer
18/072542-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a Opiumwet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van aanwezig hebben van heroïne en cocaïne

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 30 maart 2023 de zaak tegen een verdachte die werd verdacht van het al dan niet opzettelijk aanwezig hebben van heroïne en cocaïne in een woning te Leeuwarden op of omstreeks 11 januari 2022.

De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat niet kon worden bewezen dat de verdachte daadwerkelijk over de aangetroffen verdovende middelen kon beschikken. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kon worden bewezen.

Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak de verdachte vrij. De verdachte was niet verschenen en verstek was verleend. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het aanwezig hebben van heroïne en cocaïne.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/072542-22
vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 maart 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats],
niet als ingezetene ingeschreven in de basisregistratie personen en zonder
bekende feitelijke woon- of verblijfplaats.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 maart 2023.
Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 11 januari 2022 te Leeuwarden al dan niet opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 49,68 gram (47,80 + 1,88), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of
- ongeveer 31,48 gram (4,43 + 10,57 + 16,48), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,
zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte over de in de woning aangetroffen verdovende middelen kon beschikken en derhalve aanwezig heeft gehad.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is -met de officier van justitie- van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.G.D. Overmars, voorzitter, mr. M. Brinksma en
mr. M.E. Joha, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 maart 2023.
Mr. M.E. Joha is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.