Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2023:1561

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 februari 2023
Publicatiedatum
19 april 2023
Zaaknummer
C/18/220608 FT RK 23/98 en C/18/220610 FT RK 23/99
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 370 FwArt. 371 FwArt. 376 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing herstructureringsdeskundige in besloten akkoordprocedure volgens WHOA

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 10 februari 2023 een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige in het kader van een besloten akkoordprocedure onder de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA). Twee verzoeksters, ondernemingen in financiële problemen, hadden een startverklaring ingediend en vroegen om een afkoelingsperiode en de aanstelling van een herstructureringsdeskundige.

De rechtbank stelde vast dat de verzoeksters zich in een toestand bevinden waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat zij hun schulden niet kunnen blijven betalen zonder herstructurering. Dit werd onderbouwd door een lopend faillissementsverzoek van ABN AMRO Bank N.V., dat geschorst is door de afkoelingsperiode, en de onderhandelingen met nieuwe financiers.

De rechtbank oordeelde dat de aanstelling van een herstructureringsdeskundige voorrang heeft boven die van een observator en beoordeelde de twee voorgestelde kandidaten. Op basis van ervaring, onpartijdigheid en een passend plan van aanpak werd mr. J.J. Reiziger aangewezen als herstructureringsdeskundige.

De rechtbank droeg hem op binnen een week een begroting van de kosten op te stellen en bepaalde dat de kosten ten laste komen van de verzoeksters, die zekerheid moeten stellen voor betaling. Verdere beslissingen werden aangehouden.

Uitkomst: Mr. J.J. Reiziger is aangewezen als herstructureringsdeskundige en het verzoek tot aanstelling van een observator wordt niet behandeld.

Uitspraak

Rechtbank NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
Verzoek aanwijzing herstructureringsdeskundige
rekestnummers: C/18/220608 FT RK 23/98 en C/18/220610 FT RK 23/99
uitspraakdatum: 10 februari 2023
in de besloten akkoordprocedure van:
[verzoekster sub 1],
statutair gevestigd te [vestigingsplaats],
kantoorhoudende te [adres],
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer],
en
[verzoekster sub 2],
statutair gevestigd te [vestigingsplaats],
kantoorhoudende te [adres],
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer],
hierna gezamenlijk ook aan te duiden als [verzoekster],
advocaat: mr. M.J.W. Hemmes, kantoorhoudende te Groningen.

1.De procedure

1.1.
Verzoeksters hebben op 1 februari 2023 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Fw Pro gedeponeerd.
1.2.
Op 2 februari 2023 hebben verzoeksters een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot het afkondigen van een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 376 Fw Pro.
1.3.
Bij beschikking van 6 februari 2023 is bij wijze van voorlopige voorziening jegens ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABN AMRO) de verzochte afkoelingsperiode afgekondigd, met bepaling dat deze afkoelingsperiode geldt totdat de rechtbank een eindbeslissing heeft genomen over het verzoekschrift van 2 februari 2023. In deze beschikking is tevens de datum voor de mondelinge behandeling vastgesteld op 27 februari 2023 om 15.15 uur, door middel van een videoverbinding.
1.4.
Op 8 februari 2023 heeft ABN AMRO zich tot de rechtbank gewend met het verzoek om een observator aan te stellen.
1.5.
[verzoekster] heeft op 9 februari 2023 verzocht om een herstructureringsdeskundige aan te wijzen. Daarbij zijn een tweetal offertes bijgevoegd, van mr. J.J. Reiziger en van
[partij 2].
1.6.
ABN AMRO heeft op 9 februari 2023 de rechtbank bericht dat zij kan instemmen met het verzoek om aanwijzing van een herstructureringsdeskundige.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank heeft in haar beschikking van 6 februari 2023 vastgesteld dat sprake is van een besloten akkoordprocedure en dat zij bevoegd is om kennis te nemen van de verzoeken die in dat kader worden gedaan.
2.2.
De rechtbank zal als eerste het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige behandelen. Uit het stelsel van titel IV afdeling 2 van de Faillissementswet volgt immers dat niet tegelijkertijd een herstructureringsdeskundige en een observator aangesteld kunnen zijn, waarbij geldt dat de aanstelling van de herstructureringsdeskundige die van de observator uitsluit terwijl het omgekeerde niet het geval is.
Toestand
2.3.
Op grond van art. 371 lid 3 jo Pro art. 371 lid 1 en Pro art. 370 lid 1 Fw Pro wordt een door de schuldenaar zelf ingediend verzoek om een herstructureringsdeskundige aan te wijzen, toegewezen mits de schuldenaar verkeert in een toestand waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat hij met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan. Blijkens de Memorie van Toelichting op art. 370 lid 1 Fw Pro (Kamerstukken II 2018/19, 35249 nr. 3) moet deze toestand aldus worden begrepen: “De toestand waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat de schuldenaar met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan, komt – kort gezegd – neer op het volgende. De schuldenaar is nog in staat om zijn lopende verplichtingen te voldoen. Tegelijkertijd voorziet hij dat er geen realistisch perspectief bestaat om een toekomstige insolventie af te wenden, als zijn schulden niet worden geherstructureerd”.
2.4.
[verzoekster] heeft in dat kader gesteld dat door ABN AMRO een verzoekschrift is ingediend strekkende tot faillietverklaring van [verzoekster]. Dit faillissementsverzoek is door middel van de voorlopig verleende afkoelingsperiode geschorst, maar de dreiging van het faillissement is daarmee nog niet weg. [verzoekster] is thans in onderhandeling met een tweetal nieuwe financiers, die over voldoende kapitaal beschikken voor een herstructurering en waarmee inmiddels intentieovereenkomsten zijn gesloten.
2.5.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de geschetste situatie voldoende dat [verzoekster] in de toestand verkeert zoals omschreven onder nummer 2.3.
Persoon van de herstructureringsdeskundige
2.6.
Nu sprake is van de toestand zoals hierboven omschreven, en het verzoek om aanwijzing van een herstructureringsdeskundige door de schuldenaar zelf is gedaan, zal de rechtbank overgaan tot het aanwijzen van een herstructureringsdeskundige. De rechtbank dient vervolgens te bepalen wie tot herstructureringsdeskundige zal worden aangewezen.
2.7.
Bij de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige stelt de rechtbank het volgende voorop. Artikel 371 lid 6 Fw Pro bepaalt dat de herstructureringsdeskundige zijn taak doeltreffend, onpartijdig en onafhankelijk uitvoert.
2.8.
[verzoekster] heeft (in overeenstemming met het Landelijk Procesreglement WHOA zaken rechtbanken) een tweetal offertes overgelegd van mogelijke te benoemen herstructureringsdeskundigen, namelijk van [partij 2] en van mr. J.J. Reiziger (advocaat te Groningen). [verzoekster] heeft uitdrukkelijk aangegeven geen voorkeur te hebben voor de één of de ander.
2.9.
De rechtbank heeft de beide offertes beoordeeld in het licht van de door [verzoekster] geschetste problematiek en de verschillende (soorten) belanghebbenden die daarbij zijn betrokken, in het bijzonder ABN AMRO.
2.10.
De rechtbank acht in beginsel beide voorgestelde herstructureringsdeskundigen geschikt maar heeft op basis van de uitgebrachte offertes gecombineerd met de geconstateerde problematiek een voorkeur voor mr. J.J. Reiziger. Uit de offerte van
mr. Reiziger blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat hij over de competenties en ervaring in de insolventiepraktijk en in de (internationale) overnamepraktijk beschikt die voor deze specifieke casus van belang lijken. Voorts verklaart hij volledig vrij te staan van [verzoekster] en haar huidige en voormalige bestuurders en aandeelhouders, zodat hij zijn rol onpartijdig en onafhankelijk zal kunnen uitoefenen. De offerte bevat een plan van aanpak op hoofdlijnen, dat passend lijkt bij de problematiek die er speelt.
2.11.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank mr. Reiziger aanwijzen als herstructureringsdeskundige. Het verzoek om aanstelling van een observator behoeft om die reden geen verdere behandeling.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
stelt mr. J.J. Reiziger, advocaat te Groningen, aan als herstructureringsdeskundige in de besloten akkoordprocedure van [verzoekster sub 1] en [verzoekster sub 2],
3.2.
draagt de herstructureringsdeskundige op om binnen een week na de datum van deze beschikking een begroting van de kosten van zijn werkzaamheden en die van de derden die door hem worden geraadpleegd te maken en deze aan de rechtbank toe te zenden, en houdt de vaststelling van het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten aan;
3.3.
bepaalt dat de kosten van de herstructureringsdeskundige en de door hem te raadplegen derden ten laste van [verzoekster sub 1] en [verzoekster sub 2] komen en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige zekerheid dienen te stellen;
3.4.
houdt voor het overige iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Idzenga, voorzitter, mr. R.P. van Eerde en
mr. J.H. Steverink, rechters, en in aanwezigheid van mr. M. van den Heuvel, griffier, in het openbaar uitgesproken door mr. H.J. Idzenga op 10 februari 2023.
De griffier is buiten
staat deze beschikking
mede te ondertekenen.