Uitspraak
Rechtbank NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.Het verzoek en de onderbouwing daarvan
3.Zienswijze ABN AMRO
4.Zienswijze Herstructureringsdeskundige en akte na mondelinge behandeling
5.De beoordeling
6.De beslissing
1 maart 2023 op.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek van [verzoekster] tot verlenging van de afkoelingsperiode in het kader van de WHOA. Aanvankelijk was een akkoord voorbereid om de financiering van ABN AMRO over te nemen, met een liquiditeitsprognose die voldoende werkkapitaal voorzag. Dit werkkapitaal is echter niet ingebracht, en de plannen voor financiering zijn meerdere keren gewijzigd.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de herstructureringsdeskundige onvoldoende werd geïnformeerd en betrokken bij de onderhandelingen, en dat de benodigde KYC-informatie niet werd verstrekt aan ABN AMRO. Hierdoor kon ABN AMRO haar wettelijke verplichtingen niet nakomen en ontstond wantrouwen over de financieringsconstructies.
De rechtbank concludeerde dat er geen belangrijke voortgang was geboekt bij de totstandkoming van het akkoord, dat de liquiditeitsprognose niet werd gehaald, en dat daardoor niet alle lopende verplichtingen, waaronder aan de Belastingdienst en het Pensioenfonds, werden voldaan. De onderneming werd slechts op minimale schaal voortgezet, waardoor de belangen van schuldeisers niet meer werden gediend.
Gezien deze omstandigheden wees de rechtbank het verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode af en hief zij de afkoelingsperiode op, met het oog op een spoedige behandeling van de reeds aanhangige faillissementsverzoeken en de mogelijkheid van een snelle doorstart vanuit faillissement.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode wordt afgewezen en afkoelingsperiode opgeheven wegens gebrek aan voortgang en onvoldoende liquiditeit.