ECLI:NL:RBNNE:2023:1622
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij bezwaar AVG-rectificatie
Verzoeker heeft bij de Minister van Veiligheid en Justitie een aanvraag gedaan tot rectificatie van bepaalde persoonsgegevens op grond van artikel 16 van Pro de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Deze aanvraag is op 29 maart 2023 afgewezen, waarna verzoeker bezwaar maakte tegen dit besluit.
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland is bevoegd om op verzoek een voorlopige voorziening te treffen voorafgaand aan een bodemprocedure. In deze zaak is vastgesteld dat de bevoegdheid van de bestuursrechter niet wordt betwist, ook niet door het feit dat verzoeker gedetineerd is.
Echter, de voorzieningenrechter stelt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien sprake is van onverwijlde spoed. De rechter oordeelt dat het uitblijven van de rectificatie geen onomkeerbare gevolgen heeft en dat er geen ernstige nadelige effecten voor verzoeker zijn aangetoond. Daarom ontbreekt het spoedeisend belang.
Op grond hiervan wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 26 april 2023 door voorzieningenrechter C.H. de Groot.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.