ECLI:NL:RBNNE:2023:1746

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
4 mei 2023
Publicatiedatum
1 mei 2023
Zaaknummer
19-810230-12
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:26 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek niet-ontvankelijk wegens ontbreken benadeelde derde bij ontnemingsmaatregel elektriciteitsdiefstal

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 4 mei 2023 een verzoek ex artikel 6:6:26 van Pro het Wetboek van Strafvordering, ingediend door verzoeker, die stelde benadeelde derde te zijn wegens diefstal van elektriciteit door veroordeelde en medeverdachte.

Veroordeelde was onherroepelijk veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, maar was vrijgesproken van diefstal elektriciteit. Verzoeker vorderde uitkering van de ontnemingsmaatregel wegens schade van €121.460,29, gebaseerd op wanprestatie van veroordeelde.

De officier van justitie stelde dat geen betalingsverplichting was vastgesteld en dat het ontnomen voordeel niet samenhing met elektriciteitsdiefstal. De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet als benadeelde derde kon worden aangemerkt, aangezien geen diefstal was bewezen en schadevaststelling aan de civiele rechter toekomt.

Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd genomen door de rechtbank in aanwezigheid van de rechters en griffier, waarbij een van de rechters niet medeondertekende.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen benadeelde derde is wegens vrijspraak van diefstal.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Assen
Rekestnummer 020054-22
Parketnummers 19/810230-12 (eerste aanleg); 21/005615-13 (hoger beroep).
Beslissing van de rechtbank d.d. 4 mei 2023 op het verzoekschrift ex artikel 6:6:26 van Pro het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[verzoeker] ,

[adres] , hierna te noemen: verzoeker,
in de zaak van:
[veroordeelde] ,geboren op [geboortedatum] 1951 te [geboorteplaats] ,wonende te [adres] ,hierna te noemen veroordeelde.

Procesverloop

Bij onherroepelijk arrest van 29 januari 2016 is veroordeelde door het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 40.000,- ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.
Op 5 september 2022 is ter griffie van deze rechtbank door verzoeker een verzoekschrift ingediend als bedoeld in artikel 6:6:26 van Pro het Wetboek van Strafvordering, strekkende tot het geven van bevel door de rechtbank om de reeds geïncasseerde en nog te incasseren gelden inzake de ontnemingsmaatregel die is opgelegd aan veroordeelde te laten uitkeren aan verzoeker.
De rechtbank heeft op 20 april 2023 verzoeker, vertegenwoordigd door mr. O. Denijs, A. Thijmesma en P.C. Pittau, en de officier van justitie, mr. I. Kluiter, gehoord.
Veroordeelde is, hoewel opgeroepen, niet verschenen.

Het standpunt van verzoeker

Verzoeker is in de zaak van veroordeelde aan te merken als benadeelde derde wegens diefstal van elektriciteit. Door de manipulaties aan de elektriciteitsaansluiting aan de woning van [veroordeelde] heeft medeverdachte [medeverdachte] elektriciteit kunnen afnemen van verzoeker, ten behoeve van de hennepteelt, zonder daarvoor te betalen. Veroordeelde had ten tijde van de hennepteelt een contract met verzoeker, hetgeen met zich meebrengt dat veroordeelde wanprestatie heeft gepleegd jegens verzoeker. De hoogte van de schade bedraagt € 121.460,29. Verzoeker heeft zich destijds in de strafzaak niet gevoegd als benadeelde partij vanwege een fout aan de kant van het Openbaar Ministerie. Verzoeker erkent dat de schadevergoedingsverplichting jegens verzoeker in rechte nooit is vastgesteld. Echter, de rechtsgang naar een civiele rechter is, mede gezien de hoge werkdruk bij de rechtspraak en het Openbaar Ministerie, inefficiënt.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat in rechte geen betalingsverplichting is vastgesteld. Bovendien is veroordeelde vrijgesproken van de diefstal van de elektriciteit. Tot slot ziet het vastgestelde voordeel in de zaak van veroordeelde enkel op de inkomsten van het verhuren van zijn schuur of loods en niet op voordeel dat hij zou hebben verkregen uit het onrechtmatig afnemen van elektriciteit. Het verzoek dient te worden afgewezen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Om in aanmerking te komen voor een toewijzing van het verzoek moet volgens blijkens artikel 6:6:26 sprake Pro zijn van een gemotiveerd verzoek door een benadeelde derde. [verzoeker] kan echter niet worden aangemerkt als een benadeelde derde. Uit de stukken in het dossier blijkt dat veroordeelde is vrijgesproken van de diefstal van de elektriciteit jegens verzoeker. Niet is gebleken dat verzoeker door veroordeelde is benadeeld.
Dat verzoeker van mening is dat veroordeelde jegens verzoeker wanprestatie heeft gepleegd doet hier niet aan af. Die vaststelling zal door een civiele rechter moeten worden gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. H. van der Werff, voorzitter, mr. R. Baluah en H. Hanssen - Telman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.D. Zwaagstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2023.
Mr. R. Baluah is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.