Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 20 maart 2023 in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De eiser, een beheersmaatschappij actief in onroerend goed, kocht in 2007 een perceel met een oude pastorie en maakte plannen voor herontwikkeling. Na diverse bestemmingsplannen en procedures stelde zij in 2016 een verzoek tot vergoeding van planschade in, dat in 2019 werd afgewezen. Na bezwaar werd in 2021 een vergoeding van € 233.000 toegekend.
De eiser gaf vervolgens opdracht aan de advocaat van de gedaagde partij om pro forma beroep in te stellen tegen deze beslissing, wat niet is gebeurd. De eiser stelde de advocaat aansprakelijk voor de schade die zij hierdoor zou lijden. De rechtbank stelde vast dat de advocaat tekort was geschoten, maar beoordeelde vervolgens of hierdoor daadwerkelijk schade was ontstaan.
De rechtbank concludeerde dat de bestuursrechter bij een tijdig beroep waarschijnlijk geen hogere vergoeding dan € 233.000 zou hebben toegekend, omdat er geen onherroepelijk nieuw planologisch regime was ontstaan zoals vereist in artikel 6.1 lid 2 Wro. Ook andere door eiser aangevoerde gronden, zoals schaduwschade, boden geen basis voor een hogere vergoeding. De vorderingen werden daarom afgewezen.
De rechtbank wees ook een afzonderlijke vergoeding van advocaatkosten af en veroordeelde de eiser in de proceskosten van de gedaagde partij.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af omdat geen schade door de beroepsfout is aangetoond.