Veroordeelde is door de rechtbank Noord-Nederland veroordeeld wegens het opzettelijk handelen in strijd met het verbod op drugshandel en gewoontewitwassen. De officier van justitie vorderde de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €40.307,00.
Tijdens de terechtzitting van 13 april 2023 heeft de verdediging primair vrijspraak gevorderd voor witwassen en subsidiair betoogd dat het bedrag van de ontneming gematigd of op nihil gesteld moet worden. De verdediging voerde onder meer aan dat de aanschafwaarde van de drugs niet maar de straatwaarde in mindering gebracht moest worden, en dat de Nibud-schattingsmethode niet toepasbaar was.
De rechtbank oordeelde dat de aanschafwaarde van de inbeslaggenomen drugs correct is voor de berekening, omdat veroordeelde deze heeft ingekocht om te verkopen. Ook verwierp de rechtbank het bezwaar tegen de Nibud-schattingsmethode wegens gebrek aan onderbouwing. Het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €40.307,00, zijnde het totaal witgewassen bedrag minus de aanschafwaarde van de drugs.
De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen en bepaalde de maximale duur van gijzeling op 806 dagen. Deze beslissing is uitgesproken op 11 mei 2023 door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland.