Betrokkene diende een klacht in tegen haar voormalig bewindvoerder wegens onrechtmatige onttrekkingen, het niet nakomen van betalingsregelingen, niet betalen van verzekeringen en het niet aanvragen van bijzondere bijstand, wat heeft geleid tot financiële schade en extra schulden.
De voormalig bewindvoerder erkende tekort te zijn geschoten in haar taak en gaf toe onrechtmatige betalingen aan zichzelf en haar partner te hebben gedaan. De kantonrechter oordeelde dat zij in de zorg van een goed bewindvoerder ernstig tekort is geschoten en deze tekortkoming haar kan worden toegerekend.
De kantonrechter wees de vorderingen toe voor erkende schadeposten, waaronder onrechtmatige onttrekkingen en boetes, en wees de immateriële schadevergoeding af wegens onvoldoende bewijs van psychische schade. Voor nog niet vastgestelde schade verwees de rechter naar de schadestaatprocedure.
De totale vastgestelde schade bedroeg €11.181,27, waarvoor de voormalig bewindvoerder werd veroordeeld tot vergoeding aan betrokkene, met wettelijke rente vanaf het vonnis tot volledige betaling.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.