ECLI:NL:RBNNE:2023:2351
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.Th.M. Zwart-Sneek
- Rechtspraak.nl
Voortzetting huurovereenkomst standplaats na overlijden huurder op grond van duurzame gemeenschappelijke huishouding
De zaak betreft de voortzetting van een huurovereenkomst voor een standplaats op een woonwagenterrein na het overlijden van de oorspronkelijke huurder, de opa van eiseres. Eiseres woont sinds 2012 met haar gezin op de standplaats en heeft zich in 2021 formeel ingeschreven op het adres. Na het overlijden van haar grootouders heeft zij met haar kinderen in de woonwagen van haar opa gewoond. De gemeente weigerde de huurovereenkomst over te nemen en stelde dat eiseres via een wachtlijst in aanmerking moest komen.
Eiseres vordert op grond van artikel 7:268 lid 2 BW Pro voortzetting van de huurovereenkomst op eigen naam, stellende dat zij haar hoofdverblijf op de standplaats heeft en een duurzame gemeenschappelijke huishouding met haar grootouders voerde. De gemeente betwist dit, met name de duurzame gemeenschappelijke huishouding en het hoofdverblijf.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres haar vordering tijdig heeft ingesteld en voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar hoofdverblijf op de standplaats heeft. Uit verklaringen en de woonwagencultuur blijkt dat sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding met wederkerigheid en gemeenschappelijkheid. De vordering wordt toegewezen en de ontruimingsvordering van de gemeente afgewezen. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiseres mag de huurovereenkomst van de standplaats voortzetten op eigen naam; ontruimingsvordering gemeente wordt afgewezen.