ECLI:NL:RBNNE:2023:237
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete gehandhaafd voor onjuiste invulling vervoersbewijzen dierlijke meststof
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep van Maatschap tegen de oplegging van twee boetes op grond van de Meststoffenwet. De boete voor overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen werd door de minister ingetrokken na bezwaar en aanvullend besluit, maar de boete van €1.080,- voor het niet naar waarheid opmaken van vier vervoersbewijzen dierlijke meststof bleef gehandhaafd.
Eiseres stelde dat deze boete onterecht was, verwijzend naar een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) die volgens haar ook deze boete geheel zou moeten laten vervallen. De rechtbank oordeelde echter dat het CBb zich niet inhoudelijk over deze boete had uitgelaten en dat de boete op grond van een andere wettelijke grondslag was opgelegd dan de boetes die het CBb had vernietigd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar veroordeelde de minister tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres vanwege het gedeeltelijk intrekken van het bestreden besluit. De uitspraak werd gedaan door rechter N.M. van Waterschoot op 27 januari 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het niet naar waarheid invullen van vervoersbewijzen dierlijke meststof wordt ongegrond verklaard, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.