Gedaagden, een gezin met Afghaanse nationaliteit en verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verbleven in een opvanglocatie van het COA. Het COA bood hen passende woonruimte aan in de gemeente Midden-Groningen, welke zij weigerden. Na medische advisering achtte het COA het aanbod passend.
Gedaagden weigerden de woning met als redenen onder meer de trap en het aantal slaapkamers. Het COA stelde dat de weigering onterecht was en dat het recht op opvang daardoor was geëindigd. Gedaagden stelden zich niet-ontvankelijk en voerden verweer.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het COA zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de woning passend was, mede gelet op het medisch advies. Gedaagden waren gehouden de opvanglocatie te verlaten. De vordering tot ontruiming werd toegewezen met een termijn van 14 dagen. Gedaagden werden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.