Eiser verzocht verweerder om alle uitspraken van de medische tuchtcolleges van voor 2010 digitaal openbaar te maken. Verweerder wees dit verzoek af op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who). Eiser stelde dat het belang van openbaarmaking groot is en verwees naar het legaliteitsbeginsel en het EVRM.
De rechtbank overwoog dat de medische tuchtcolleges zelfstandige rechtsprekende organen zijn en dat de Wob niet op hen van toepassing is. De Wet BIG regelt exclusief de verstrekking van afschriften van onherroepelijke beslissingen via de secretarissen van de tuchtcolleges. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het verzoek afwees, omdat niet verweerder maar de secretarissen bevoegd zijn tot verstrekking.
Ook de stelling dat de Who van toepassing zou zijn, werd verworpen omdat er geen wettelijke verplichting tot openbaarmaking bestaat. Het feit dat uitspraken openbaar worden gedaan betekent niet dat de schriftelijke beslissingen automatisch openbaar zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor prejudiciële vragen of proceskostenveroordeling.