ECLI:NL:RBNNE:2023:2610
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dwang bij seksuele handelingen op werkvloer
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 28 juni 2023 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het dwingen van aangever tot seksuele handelingen tussen juli 2019 en oktober 2020. De tenlastelegging betrof onder meer geweld en psychisch overwicht, mede gezien de vermeende geestelijke beperking van aangever.
De officier van justitie stelde dat verdachte psychisch overwicht had en dat aangever, vanwege zijn verstandelijke beperking en gehoorzaamheid, gedwongen was de handelingen te dulden. De verdediging betoogde dat de handelingen met wederzijdse instemming plaatsvonden en dat er geen bewijs was voor dwang of kennis van een beperking.
De rechtbank oordeelde dat hoewel seksuele handelingen plaatsvonden, er onvoldoende bewijs was voor dwang door geweld of psychisch overwicht. Ook was niet vastgesteld dat verdachte wist van een geestelijke beperking bij aangever. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan bewezen feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard en moest de eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor dwang bij seksuele handelingen.